|
Twikini Als ik hier iets over Twikini plaats, dan zou ik het gratis krijgen. Moet ik het wel aan Charlie sturen. Maar zou Charlie ook Nederlands kunnen lezen? Zijn naam zou hij moeten herkennen. Ach, aangezien ik hier toch niet echt meer iets doe, kan het weinig kwaad om een stukkie er aan te wijden toch? Het moet alleen ook nog vier tot vijf regels lang zijn. Maar het lijkt me wel een leuk programma, dus ik wil het wel hebben. Ik had eerst de trial kunnen downloaden, maar dat ga ik straks doen. Het leven kan zo ingewikkeld zijn. Zou dit al genoeg zijn voor Charlie? Ik denk van wel. Oh ja, nog een plaatje erbij. Bijna in Ghana “Wanneer ga je nou?” “Vrijdag, ik vlieg om half drie.” “Oh ja, en wat ging je nou ook alweer doen?” “Ik ga computerles geven en met microkrediet aan de slag. Oh, en nog twee maanden reizen.” “Hoe lang ga je dan?” “Een half jaar, ben volgend jaar maart weer terug.” “Zo, da's lang. Spannend zeker?” “Best wel, veel zin in, maar ook heel spannend inderdaad. Ben benieuwd.” “Waarom ga je eigenlijk vrijwilligerswerk doen?” “Omdat ik op reis wilde, maar backpacken spreekt me niet echt aan. Dit is een mooi alternatief en dan help ik de negertjes ook nog een beetje.” “En weet je al wat je gaat doen als je terug bent?” “Nope, nog geen idee, maar dat zie ik dan wel weer. Komt vast goed. Eerst maar eens op reis.” “Je ging naar Gambia toch?” “Nee, naar Ghana. Ook in Afrika, maar net even anders.” “Pas je wel op met verkrachtingen?” “Dat was in Kenia...” “Oh ja, nou, maar toch, goed op jezelf passen hoor.” “Zal ik doen, heus waar.” “Je moet er wel van genieten hoor, niet teveel stressen.” “Tsja, ik ben nu gewoon even gestresst eigenlijk. Maar dat schijnt normaal te zijn.” “Ik vind het wel stoer van je. Heel veel plezier daar!” “Dank je wel, dat komt vast wel goed uiteindelijk, denk ik.” “En fijne kerst, oud en nieuw en pasen....oh nee, dan ben je weer terug.” “Dank je, en dat klopt. En jij ook natuurlijk. Tot volgend jaar!” De pijl die richting geeft In computerspelletjes heb je soms een pijl voor je zweven die aangeeft waar je naartoe moet. Ik wil zo'n pijl in mijn leven. Ga ik naar rechts of naar links? Kunnen die keuzes bepalend zijn of kun je via een omweg altijd nog linksaf, terwijl je eigenlijk naar rechts was gegaan? Van die kleine opdrachtjes met een beloning op het eind uit dezelfde computerspelletjes, lijken me ook geweldig. Voltooi deze opdracht en dan krijg je een nieuwe. Heerlijk, afgeronde brokjes met een kop en een staart. Het leven kan soms in rotvaart over je heen storten om vervolgens abrupt tot stilstand te komen. Huh? Waar is de actie gebleven? Ik was toch in volle vaart aan de gang? Of misschien ben ik het stiekem zelf die de teugels laat vieren en uit die race met moordend tempo stapt. Even om me heen kijken. Waar is die pijl ook alweer? Waar ging ik naartoe? Ik wil eigenlijk nog meer verbeteringen in het leven. Dat als je iemand tegenkomt met wie je je leven kunt delen, je allebei even groen oplicht. Maar heel kort, zodat je nog wel goed moet opletten. Maar toch even dat signaal. Of oranje als het een twijfelgeval is. Jullie zouden het kunnen proberen, maar het is op eigen risico. Zou zoveel gedonder kunnen besparen. Goed, goed, dat gedonder hoort er natuurlijk bij, is deel van de charme, dat weet ik ook wel, maar toch. Misschien moet ik een godsdienst gaan aanhangen. Dan heb ik een soort van pijl in mijn leven. Een beetje aan relishoppen gaan doen. Wat is er zo verheven aan die twijfelende, immer kritische levensvisie waarbij ik alleen afga op wat ik zelf kan zien en weet. Waarom niet aanvaarden dat er iemand is die het beter weet? Ik ben al een stuk minder eigenwijs geworden (ja echt!), waarom dan niet 1 stap verder gaan en een god accepteren? Dan weet ik wat goed en fout is, of ik rechts of links moet en als ik het even niet weet, kan ik vertrouwen dat er iemand is die het wel weet. Dat lijkt me heerlijk. Ben jaloers op mensen die dat gevoel hebben. Maar ik kan het niet. Ik zou mezelf voor de gek moeten houden. Het is er niet, ik zie het niet, het is nergens. Hoe kan ik in iets geloven waarvan ik geen enkel bewijs heb? Nooit gezien ook. De theorie van het vliegende spaghettimonster vliegt dan knalhard in mijn hoofd. Waarom zouden er dan geen buitenaardse wezens zijn? Of kaboutertjes? Of Sinterklaas? Die heb ik ook allemaal nog nooit gezien. Nou ja, Sinterklaas wel, maar Jezus ligt ook wel eens in een stal in december, dus dat zegt ook weinig. Ondertussen heb ik nog geen pijl. Alleen maar onderbuikgevoel. Het voelt als ronddolen in het donker op de tast. Op zoek naar iets, maar geen idee naar wat. Soms lukt het, heel soms, om daar genoeg aan te hebben. Met mezelf, rondzoeken en blij zijn met de zoektocht. Niks meer, niks minder. Het klinkt zo doodeenvoudig, maar lukt alleen als de hersenpan tot stilstand komt, de razende zee kalmeert tot een kabbelend beekje. Met zon op het hoofd, een briesje langs de huid en mooi muziekje in mijn hoofd. Misschien nog een fijn gesprek erbij met een mooi mens, en dan kan het soms gebeuren. Dan is die pijl er en die wijst dan nergens naartoe, behalve naar het hier en nu. Hier moet je zijn. Geniet ervan. De kunst van het geven Een cadeau geven is een kunstvorm. De komende maand zal die kunst weer op grote schaal verkracht worden. Stropdassen, sokken, geurtjes en andere inspiratieloze giften wisselen van eigenaar. Zinloze cadeaus die achter in een kast verdwijnen. Alleen winkeliers zijn blij met die presentjes. Een cadeau moet een verhaal zijn. Precies raak geschoten. Niet bij de gever passen, maar bij de ontvanger. De kunst datgene aan te voelen wat het doelwit wil krijgen, maar waarvan hij/zij niet bedacht had het te willen hebben. Ik vind het een groot genot om iemand echt blij te maken met een cadeau. Te overdonderen. Op cadeaus mag je niet bezuinigen. Dan bedoel ik niet alleen geld. Tijd en energie moet je erin steken. In de voorbereiding, de presentatie, de verpakking, timing van overhandigen. Alles moet kloppen. Luisteren, leer iemand kennen, wat houdt diegene bezig? Die ene terloopse zin die begint met 'Ik zou toch graag nog eens...' oppikken, opslaan en inzetten op het moment dat het nodig is. 'Ik wil graag een telescoop' en dan de volgende dag op de stoep staan met een telescoop is niet goed. Maar zolang wachten tot iemand het zelf volledig is vergeten en dan met een uniek exemplaar komen aanzetten, dat is kunst. Een cadeau hoeft niet duur te zijn, hoeft niet groot te zijn. Onzinnig, debiel en totaal lelijk kunnen perfecte eigenschappen voor een cadeau zijn. Ik heb ooit een bananensnijder gekregen (met bijbehorende prikkertjes!) en zelf iemand blij gemaakt met een fles Van Gils stroop. Op het goede moment, met het goede gevoel en juiste presentatie kunnen het de beste cadeaus van het moment zijn. Uiteindelijk kunnen zelfs steentjes in de brievenbus een goed cadeau zijn. Gevoel is belangrijk. Laat merken dat je ziel in een cadeau zit. Iemand die duizend keer zegt een citruspers te willen en dan een citruspers geven, is geen cadeau. Dat is boodschappen doen voor de ander. Ik geloof niet in verlanglijstjes. Als je iemand iets geeft, geef dan nooit iets wat op een verlanglijstje staat. Denk zelf na! De fucking envelopjes. Ze staan nog steeds op uitnodigingen. Maar zelden heb ik er gehoor aan gegeven. Een donatie is wat anders dan een cadeau. Geld moet je verdienen, niet krijgen. Niks inspiratielozer dan geld. Of nog erder, een cadeaubon. De meeste gruwelijke vinding in de branche van cadeauwereld. “Ik ken je totaal niet. Heb geen idee wat je leuk vindt en je interesseert me ook geen hol. Ik vind je eigenlijk een eikel/trut, maar wil gratis zuipen op je feestje. Dus hier, alsjeblieft, een cadeaubon.” Sorry aan iedereen die me ooit een cadeaubon heeft gegeven. Ik gebruik die dingen ook nooit. Ik gooi ze in een la, vergeet ze en kom ze dan weer tegen als ze allang verlopen zijn. Ondingen, nog beperkt houdbaar ook. Dan schijnen er ook nog mensen te zijn die zelf meegaan bij het kopen van een cadeau voor zichzelf. De ander betaalt dan. Oh gruwel, dan heb je echt totaal niks begrepen van het principe van een cadeau. Het is een verrassing, een blijk van waardering, “ik heb naar je geluisterd, ik ken je, hier, neem dit maar, dit ga je leuk vinden, heus”. Krijgen is ook leuk, maar ik ben zo slecht in vol overgave echt dankbaar en blij te zijn. Ik geef liever. Maar niet in december. Ik denk dat ik de hele maand maar oversla. Niemand krijgt iets van me. In januari, dan ga ik goedkope chocoladeletters uitdelen die over de datum zijn. En taaie pepernoten. Geef gul, maar wel met gevoel. Het kleine kamertje De wc is een mytisch kamertje. Het enige bastion van privacy. Waar je nog even helemaal met jezelf kunt zijn. We spreken maar weinig over de handelingen die we daar verrichten, hoewel iedereen ze meerdere malen per dag uitvoert. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een openbaar toilet voor zoveel discussie zorgt. Het hele concept ervan is gewoon tegenstrijdig met zichzelf. Toileteren is niet bedoeld om openbaar te zijn. De deur moet dicht, het slot erop. Er is ook altijd zoveel mis met openbare wc's. Neem alleen al die blazers om je handen te drogen. Ooit je handen echt droog gekregen met zo'n kreng? Wat te denken van de kraan? Om je handen schoon te krijgen, moet je eerst met je vieze klauwen aan die kraan zitten. En alle mensen voor jou dus ook. Weinig nadenken is echt de allerbeste oplossing in een openbaar toilet. Maar toch ook weer niet te weinig. Althans, mannen moeten toch een zekere tacktiek toepassen. De keuze voor een plasbak is een delicate. Je gaat altijd zover mogelijk van iemand anders af staan, die al staat te plassen. Als je bij iemand moet staan, dan het liefst zover mogelijk in de hoek. Of juist bij de deur. Er zijn zelfs online spelletjes waarin je gevraagd wordt de meest ideale urinoir te kiezen. Met uitleg erbij. Plassen gaat nog wel, maar poepen? Nee, over poepen dient al helemaal niet gesproken te worden. Het ontmoeten van de ouders wordt altijd als cruciale fase in een relatie gezien. Maar veel belangrijker is het moment waarop je voor het eerst bij je geliefde durft te poepen. Dan ben je compleet op je gemak. Elke vorm van spanning, verleiding en versieren is dan voorbij. Hey, ik heb bij je gepoept, wat kan ons nu nog gebeuren? Om in relatiesferen te blijven. Plassen met de deur open is ook zo'n fase. Maakt wel wat inzichtelijk want ik heb toch lange tijd echt geen idee gehad van de wc-rituelen van het andere geslacht. Dat werkt twee kanten op, gok ik. Kennen vrouwen het uitdruppeleffect? Het naschudden? Plassen in een kroeg met een biertje of telefoon in de hand, vind ik uiterst vervelend. Ik kan dan met de andere hand net ruimte maken, maar de plasser (in dit verband de logische naam, leek me) wordt dan wel net bekneld door de onderbroek. Na het plassen zitten er altijd nog wat druppels in en dan kom je net een hand tekort om even goed uit te schudden. Van die typische dingen. Maar terug naar het poepen. Op je werk? Kan dat? Collega's die vertwijfeld elkaar aan kijken waar je toch blijft. “Hij zei dat hij even naar de wc ging, maar hij is al tien minuten weg. Geen idee wat hij aan het doen is.” Toch moet het gebeuren. Al die bakken koffie die je op de werkvloer naar binnen werkt, missen hun uitwerking echt niet. Is ook handiger dan thuis poepen, want het scheelt weer wc schoonmaken. Persoonlijk ga ik het liefst zo tegen vijf uur even flink poepen op kosten van de zaak. Dan zijn er ook nog van die dingen die de stoelgang aan de praat brengen. Wandelen wil de truuk doen, zeker in combinatie met roken. Niks irritanter en vervelender dan ontzettend nodig moeten poepen en dan nog 1 trap op moeten naar je voordeur. De langste trap ooit! Billen bij elkaar en schuivelend omhoog met sleutels in de aanslag. En dan maar hopen dat je geen stap tekort komt. Overigens geen enkel idee waar de aandrang vandaan kwam om dit stukje te schrijven. Misschien wil ik ook nog wel eens taboe doorbreken. Maar dat zal ook wel weer allemaal in mijn hoofd zitten. Kom, ik ga maar eens poepen dan. Mijn verbouwing Heb je wel eens lang en intens naar jezelf gekeken in de spiegel? Jezelf echt een dikke vijf minuten in de ogen gestaard? Je kan naar niemand schaamtelozer kijken, dan naar jezelf. Bij een ander kun je het stiekem proberen, maar degene zal altijd na verloop van tijd de ogen op zijn of haar huid voelen branden. Is het afgesproken en mag je geheel legitiem iemand van dichtbij aanstaren, dan is er altijd de sociale interactie. Ongemak sluipt tussen jou en de bestaarde en de blik wendt zich af. Alleen jezelf kun je ongemoeid blijven aanstaren. Ik deed het gister. Nam mezelf op. Dit ben ik. Niet meer, niet minder. Kon het niet helpen dan tot de slotsom te komen tevreden te zijn over mezelf. Maar me wel te schamen voor die gedachte. Mag je tevreden zijn over jezelf? Het was niet geheel zonder aanleiding dat ik mezelf liep aan te staren. Er is een reden voor zoveel narcisme. Mensen met wie ik ruim een jaar dag in, dag uit heb gewerkt, stelden zich aan me voor. Als aan een vreemde. Herkenden me totaal niet. Gebeurt me vaker de laatste tijd. Ik schijn nogal veranderd te zijn. Afgevallen, ander gezicht. Verstandelijk weet ik dat wel. Ik zie de broeken die ik twee jaar geleden aanpaste. Ik kan ze als tent gebruiken en er in wonen. Het gevoel werkte nog niet echt mee. Als ik in de spiegel keek, zag ik nog die buik. Hoezo veranderd? Foto's zijn een redelijk onpartijdige scheidsrechter. Ik liet een vriendin van me recent foto's zien van de verbouwing van mijn huis. Dat was het idee. Ik liet haar foto's zien van de verbouwing van mezelf. Ik schrok toen ik mezelf terug zag. Geen wonder. Ik weet dat ik dat was, maar ik ben het niet meer. Een ander mens geworden. Ik ben er blij mee, maar toch schiet ik in een ongemakkelijke modus als mensen me zo keihard confronteren met dit nieuwe uiterlijk. Een van de voormalige collega's keek me minutenlang glashard aan. Had geen idee dat ik het was. Noemde zijn naam. Ik ken je naam, heb met je gewerkt. Ik ben het! Surrealistisch. De vragen zijn logisch en banaal: hoe heb je dat gedaan? Welk dieet heb je gevolgd? Daar begint het bij mij steevast te jeuken en te kriebelen. Ik ken de aanleiding. Weet de weg die me van A naar B heeft geleid. Probeer me er telkens mee af te maken met een aangereikte grap van een vriend: “Ja, het Nietschze-dieet, haha”. Maar weinigen die deze grap begrijpen. Ikzelf eigenlijk ook maar voor de helft. Maar de strekking weet ik maar al te goed. Het is niks vrolijks in elk geval. Geen stringent dieet waar ik me met zelfdiscipline op heb gestort. Geen doel dat ik heb gehaald. En al zeker weinig gezonds dat me hier heeft gebracht. De directe aanleiding is zo banaal, als het universeel en prachtig is. De onbeantwoorde liefde van een meisje dat me wist te betoveren. Ik kan nog als een idioot verliefd worden. Dat weet ik nu. Althans, dat is me nog niet zolang geleden gelukt. Of het ooit nog weer zal gebeuren, is een heel ander verhaal. De scepsis, voorzichtigheid en angst voor herhaling is zo groot, dat de onbevangenheid voorlopig in een hermetisch afgesloten doosje is gestopt. Maar het heeft me veel gebracht. Mijn leven is rigoreus op de schop gegooid. Ik heb mezelf bekeken in de spiegel en ik was niet tevreden. Lui, volgevreten en vol met voorgebakken meningen. Ze zijn uit de deur gesmeten en hebben plaats gemaakt voor een nieuwe blik op de wereld. Alles opnieuw ontdekken. Wat is mooi, wat is lelijk? Waar hou ik van, wat vind ik stom? Wat wil ik en wat wil ik niet? Elk principe, elke moraal, elke wijsheid die ik dacht te hebben, is van tafel geveegd. Nu sijpelen weer wat oude waarden terug. Ze vermengen zich met nieuwe inzichten. De vaste baan is de deur uit gegaan en ingeruild voor een onzekere stap terug van vijf maanden. De TV is al maanden niet meer bekeken en de huiskamer is grotendeels ingeruild voor de natuur. De muziek van vroeger is van zolder gehaald en ik schrijf weer meer dan ooit tevoren. Met de vergeten klanken van Sinnead's “Feel so different” kijk ik in de spiegel. En ik ben tevreden. Heel eventjes maar, want de verbouwing is nog lang niet klaar. Nog genoeg te doen, in huis en hoofd. Ik schrijf stukjes, dus ik besta Zal ik mezelf eens aanbieden als columnist? Ik schrijf best grappige stukjes. Heb ik van horen zeggen. Dat zou ik natuurlijk nooit over mezelf zeggen. Stel je voor. Ik denk nooit dat ik leuke stukjes schrijf, omdat er nooit iemand reageert. Tenminste, niet op deze site. Niemand die door heeft dat ik ook maar een onzeker, stukjes typend mannetje ben. Totdat ik ineens van drie verschillende mensjes in de mail te horen krijg, dat ze me in elk geval niet gaan vragen hoe het met me gaat. Godver, lezen ze het dus toch. Of dat ik een sollicitante op gesprek heb en die ineens via een wederzijdse bekende een stukje opgestuurd krijg. Wie weet wie mijn stukjes allemaal leest! Bij deze een oproep: als je het stukje helemaal uit hebt gelezen, wil je dan onderaan in elk geval je naam zetten? Dat ik 1 keer weet wie dit allemaal leest. Meer niet. Alleen je naam. En verder ben ik helemaal niet wanhopig. Hooguit nieuwsgierig. Maar columnist dus. Voor een site ofzo. Maar welke dan? En wat moet ik die dan zeggen? Hallo, ik schrijf soms best leuke stukjes? Daar kan ik toch niet mee aankomen. Ik moet de stukjes voor zichzelf laten spreken natuurlijk. Maar er zal toch iets van een tekstje bij moeten. Een begeleidende mail. Ik weet ook niet waarom ik die podiumdrang eigenlijk heb. Misschien een mannending. Wij moeten ons zaad nou eenmaal verspreiden. En als dat met zaad niet zo hard lukt, dan maar met woorden. Die stukjes van me zijn ook een soort van kinderen, nageslacht en kroost. Iets wat ik nalaat aan de wereld voor als ik er later niet meer ben. Denk maar zo: deze stukjes janken niet, poepen niet en kosten hooguit wat tijd om te lezen. Scheelt een boel, toch? Hallo, ik ben Kingjay, een jaar of 30 en schrijf stukjes. Kunt u daar iets mee? Het voelt niet lekker. En doe ik dan een bloemlezing in een Word-document of allemaal linkjes naar een paar goede stukjes. En welke zijn dan goed? Als u toch uw naam even opschrijft, kunt u dan ook even aangeven welk stukje u is bij gebleven? Ik pak ook spontaan weer de u-vorm uit de kast. Terwijl ik eerder toch heel amicaal u met jij aansprak. Het kan verkeren. Ik kan ook gewoon een stukje op mijn eigen site schrijven. En daar dan in uitwijden over dat ik best ergens een column zou willen hebben. Misschien stuurt iemand het wel door. Of heeft iemand zelf een leuk ezine. Of werkt bij een blad ofzo. Helemaal mooi zou het zijn als de mensen niet alleen hun naam en favoriete stukje zouden achterlaten, maar ook nog zouden zeggen in welke uitgave mijn stukjes kunnen passen. Dan hoef ik helemaal niks meer te doen. Noem ik dat ook nog interactiviteit, dan is het helemaal überhip. Hmm, dit stukje gaat in elk geval geen topper worden. Hangt een beetje aan elkaar als los zand. Ik denk ook elke keer te lang na tussen de zinnen. En volgens mij ben ik al tig zinnen begonnen met 'maar' of 'en'. Daar probeer ik op te letten, want het zijn loze woorden. Maar dat lukt dus niet altijd. Een maandagavond is ook niet de beste avond voor een stukje. Een goed stukje ramt zichzelf uit mijn vingers. Dan willen de zinnen sneller op het digitale papier, dan ik ze kan bijbenen. Die zijn vaak best wel aardig. Deze dus niet. Ik weet ook geen goed slot. Dingen om te doen Ik ga een verhaal schrijven. Ja! Dat ga ik doen. Een geniaal verhaal natuurlijk dat iedereen boeiend en interessant vindt, maar dat spreekt voor zich. Oh, eerst de was ophangen. Bah, ik wil geen was ophangen, ik wil een verhaal schrijven. Maar die was moet droog, anders heb ik straks geen onderbroeken. Niet dat onderbroeken essentieel zijn om te kunnen bestaan, maar ze hebben best zo hun voordelen. Was ik maar een verhaal aan het schrijven. Hè gelukkig, de was hangt. Zo, een leeg vel Word-papier voor mijn neus. Nou, laat dat verhaal maar komen. Ik wil eigenlijk wel een eindje lopen. Ben nog niet buiten geweest vandaag. Zal ik een eindje gaan lopen? Dat verhaal kan nog wel even wachten. Gaat ook nog niet zo lekker. Ja, ik ga een eindje lopen. Schoenen aan, vest om de schouders, de buitenlucht in. Lekker. Goh, wat is wandelen fijn zeg. Zo prettig buiten enzo. Hmm, ben eigenlijk al wel best moe. Zou eigenlijk liever even op de bank hangen. Dvd-tje kijken. Of een dom spel doen. Ik heb al in geen eeuwigheid meer een dom spel gedaan. Zal ik terug naar huis? Nog een klein stukje lopen dan. Bah, heb nu helemaal geen zin meer in lopen. Maar ik ben nou eenmaal buiten. Waarom wilde ik zo graag gaan lopen eigenlijk? Laat ik eens even iemand bellen! Altijd gezellig. Gewoon even fijn wat keuvelen en kletsen enzo. Ah, er wordt opgenomen. Dat is goed, beetje sociaal gedoe doet een mens goed. Beetje langdraderig is hij wel. Misschien had ik toch iemand anders moeten bellen. Waarom heb ik hem nou weer gebeld? Hij zeikt altijd zo. Of het ligt aan mij. Zou ook goed kunnen. Ik was toch al een beetje moe. Ik kan nou ook niet meer ophangen. Beetje meekletsen dan maar. Hmm, ja, ja, goh!, hmm, ah, okay, tsjonge. Pfff, ook weer gehad. Zal ik dan maar op de bank gaan hangen? Zo zonde van mijn tijd. Misschien eens vroeg naar bed? Ja, zeg, dat is nog meer zonde van mijn tijd. Het leven is al snel genoeg voorbij, slapen kan morgen ook nog. Wil dat verhaal al vlotten? Nee, ook niet echt. Dat spel is eigenlijk ook maar dom. Dvd-tje dan maar. Even ontspannen met een aflevering van mijn favoriete serie. Doet het altijd goed. Een hapklaar brokje entertainment consumeren. God, ik ben nog maar op 20 minuten. Elke aflevering duurt drie kwartier. Ik weet nu al hoe het afloopt. Saai! Ik ga gewoon fijn muziekjes luisteren. Niet meer, niet minder. Die cd's zou ik ook allemaal nog op de computer zetten. Laat ik er daar eens een paar van doen. Maar welke dan? Ik wil eigenlijk wel slapen. Zal ik gaan slapen? Ik heb helemaal niks gedaan nog! Ik kan ook iets nuttigs doen. De post opruimen. Dat mag wel weer eens. Ja, ik zou best de post op kunnen ruimen. Of stofzuigen. Het is iedere dag weer een zooitje met die kat. Ik moet wel iets doen vanavond. De rest van de week is al bijna weer volgeplempt met dingen. Stofzuigen is best ontspannend. Nou, kom maar op met die stofzuiger dan. Ja, laat ik dat maar even doen. Kutsnoer, werk mee. Ja zeg, nu is er net een leuk liedje in iTunes. Kan ik toch niet gaan stofzuigen. Zal ik een stukje voor mijn weblog schrijven? Over dat je altijd andere dingen wilt doen dan je aan het doen bent en het zo moeilijk is om van het moment zelf te genieten? Bah, daar heb ik nou echt geen zin in. Ik ga wel stofzuigen. Of een muziekje luisteren. Slapen, ja, laat ik dat doen. Trusten. Hoe gaat het met je? De meest obligate en vaak gestelde vraag: hoe gaat het met je? Hoe vaak wil je daar een eerlijk antwoord op? En waarom stellen we de vraag in godsnaam zo vaak. Het is een begroeting geworden. “Hoe gaat het met je?” “Goed, en met jou?” “Ook prima.” Dan vaak nog iets over het weer en hoppa, er kan over echte zaken gepraat worden. Ik heb de vraag recentelijk eens een paar keer eerlijk beantwoord. Zonder waarschuwing vooraf. Dat is duidelijk niet de bedoeling van de vraag. Dit sociale bindmiddel kent een vast ritueel, zoals geschetst, en daar dient niet van afgeweken te worden. Oefening voor vandaag: stel iemand de vraag “Hoe gaat het met je?” en graaf door tot je een uitgebreid en eerlijk antwoord krijgt. “Nee, maar hoe gaat het echt met je? Is echt alles goed? Wat gaat er dan zo goed? En waarom gaat het eigenlijk goed?” Met een beetje mazzel praat je iemand zomaar een complex aan. Of is het nou weer mijn verwrongen geest om dat mazzel te noemen? Laten we anders afspreken dat we het obligate ritueel gewoon meteen bondig samenvatten: “Met jou gaat het goed en met mij ook. Fijn dat we dat weer hebben vastgesteld.” Op die manier is de dialoog overbodig en kunnen we gelijk overgaan tot zaken. Tweede oefening, mag ook vandaag, als je dat teveel van het goede vindt, bewaar het tot morgen. Kies een andere vraag ter begroeting. Bijvoorbeeld: “Wat heb je afgelopen 24 uur gedaan?”. Of: “Wat is het leukste dat je de afgelopen week is overkomen?” Of het stomste, vreemdste, saaiste. Afwisselen naar smaak. De ander moet nu in elk geval gaan nadenken en je komt nog iets van elkaar te weten. Lijkt me dat het meer zoden aan de dijk zet. Een laatste oefening, uit te voeren op een tijdstip naar keuze. Vraag niet naar de persoon in kwestie, maar naar iemand in zijn of haar omgeving. “Hoe gaat het met je broer/vriendin/moeder/baas?” Heb je vermoedelijk niks aan. Opnieuw zal er nagedacht worden en krijg je een echt antwoord. Met inhoud. Misschien doe ik wel te moeilijk. Laat ik daar een stelling van maken. Ik doe te moeilijk. Weet ik. Zou zomaar kunnen dat het met 99% van de wereldbevolking inderdaad gewoon goed gaat. Dan ligt het zeker allemaal aan mij. Ik mag gewoon graag stil staan bij de verplichte zinnen die je mond uitrollen zonder dat je er erg in hebt. De woorden die je spreekt, zijn kostbaar. Je brengt er iets mee over. Het zouden geen zintuiglijke reflexen moeten zijn om een ruimte op te vullen. Als je over elk woord gaat nadenken, word je alleen vermoedelijk ook weer bekaf. Ik begrijp het ook wel. Ben het er alleen niet mee eens. Van het obligate “Prima, en met jou?” is het een kleine stap naar “Ik ook van jou”. Vaste zinnen, vaste gesprekken, duizend maal zichzelf herhalende rituelen tussen miljoenen mensen is een hele hoop zinloos gepraat. Maar daar hoor je dan weer niemand over. Goed, mij dan. Nu. Het mooie is dat je zo'n verplicht nummer met kleine subtiele wendingen een andere lading kunt geven. De woorden iets oprekken. De zin uitspreken alsof je het echt meent. De ander indringend aankijken terwijl je de vraag stelt. En je krijgt een ander gesprek. Met het antwoord is ook al zoveel te spelen. Omdat “Goed, en met jou?” zo verwacht wordt, is elke afwijking een signaal. “Het gaat.” “Nou, dat klinkt ook niet te positief. Wat is er aan de hand?” De laatste oefening voor vandaag dus: stel de vraag net even anders. Of geef een afwijkend antwoord. “Het gaat echt geweldig, ontzettend, mega fantastisch met me. En hoe hangt jouw vlag erbij vandaag?” Zelfde idee, net even anders. Kijken wat het oplevert. Misschien niks, misschien een gesprek en ook leuk: verwarde blikken. Oh, en met mij gaat het best aardig. Kan beter, kan slechter. Op een schaal van 1 tot 10 zit ik op een 6+, maar er zit een stijgende lijn in. En met u? Ook alles goed zeker? Mooi, houden zo. Spontane ontmoetingen Stel: jongen zit in trein, tegenover hem zit een meisje. Naast het meisje komt iemand te zitten. Binnen twee tellen stapt hij op. Een dikke vrouw komt naast het meisje zitten. Ook deze stapt weer op. Het meisje kijkt de jongen aan. Gespreksstof aanwezig. Oogcontact gemaakt. Ja hoor, daar komt de eerste zin al. “Nou, ze hebben het hier niet echt naar hun zin.” Een waanzinnig scherpe opmerking. Semi-grappig, eigenlijk van net niks. Prima als openingszin dus. Maakt verder niet zoveel uit namelijk. Er is contact. Het meisje lacht. Contact bevestig. “Ja, ik zou bijna denken dat het aan mij ligt. Maar het zou natuurlijk ook aan jou kunnen liggen.” De jongen lacht ook. Een plagerig grapje. Kietelen met woorden. Bijna een aanraking. Er gaat nog iemand naast het meisje zitten. Begripvol, ondeugend lachend contact tussen jongen en meisje. Ze hebben hun eigen grapje. De hele situatie duurt misschien vijf minuten, maar er is een band. Er ontstaat een gesprek. Over het kerkhof dat ze passeren. Dat zij eigenlijk liever gecremeerd wil worden, hij weet het niet. Zij heeft er eigenlijk ook nog nooit heel diep over nagedacht. Zitten we nu over de dood te praten? Schaapachtig gelach. Ze dansen met woorden om elkaar heen, verwachting in de lucht, maar hou het luchtig. De sneeuwschoenen zijn exceptioneel groot voor zo'n klein meisje. Daarbij is het mooi weer en is er geen sneeuw te bekennen. Ze gaat naar het strand met een vriendin. Hij is voor een afspraak voor zijn werk op pad. Eigenlijk stiekem naar een sollicitatiegesprek. Niet echt boeiend, dus hij houdt zich op de vlakte. Terecht. Ze lachen, hebben een leuk gesprek, weten elkaars naam niet, niet waar ze vandaan komen, of ze een vriendje of vriendinnetje hebben, wat hun ouders doen, of ze hobby's hebben, broers of zussen en al helemaal niet of ze wel eens verschillende sokken dragen. Hoewel dat laatste zomaar ter sprake had kunnen komen tussen de begraafrituelen en de sneeuwschoenen. Dat alles is niet van belang. Het is mooi weer, ze zitten tegenover elkaar in de trein en ze hebben een leuk gesprek. Vrijblijvend, onschuldig, grappig. Ze staan er geen moment bij stil hoe toevallig het contact gemaakt werd. Als de eerste persoon naast het meisje was blijven zitten, hadden ze buiten naar zitten staren. Misschien een vluchtige blik op elkaar geworpen. Niet te lang, want de ander zou eens iets kunnen denken. Zonder aanleiding was de treinreis in stilte voorbij gegaan. Waren ze uitgestapt en in de menigte opgegaan. Nu niet, nu liep hij met haar mee. Ze moest nog overstappen op de trein naar Haarlem. Hij een tram pakken. Beetje haast, belangrijke afspraak. “Ik moet daar op het bord kijken.” “Okay, ik moet rechtdoor.” “Nou, doei dan. Was gezellig.” “Jazeker, doei!”. En weg. Geen nummer gevraagd. Realiseerde hij zich natuurlijk pas in de tram. Stom! Nou ja, niet dat ze zijn type was. Maar had best gezellig kunnen zijn. Hij ging in de tram, naar het gesprek, ontmoette later een heel leuk meisje, maar zij vond hem uiteindelijk toch niet zo leuk. Zijn leven viel in duigen en hij bleef alleen. Zij ging naar het strand, ze had net twee weken een vriendje. Ze bleef bij dat vriendje omdat het leuker leek dan alleen te zijn. Met hem sprak ze nooit over begraven of gecremeerd worden. Sneeuwschoenenmeisje en sollicitatiegesprekjongen zagen elkaar nooit weer. Een vooruitspoeltruukje van twee levens die verschillende kanten op gaan! Gejat uit Lola Rennt, alleen doen die het beter. Ben maar een schrijvertje. Hoeveel mensen kom je tegen met wie je misschien wel gelukkig had kunnen worden? En misschien ook niet. Moet je ieder contact uitmelken en nazoeken of is het prima om iemand zo af en toe gewoon tegen te komen. En verder niks. Ik herinner me meer situaties waarin ik vergat om een nummer te vragen. Dat meisje dat met haar spijkerbroek vastzat in haar fietsketting. Uiteindelijk met een schaar de broek los moeten knippen. Ondanks mijn mannelijkheid kon ik de broek er niet uitsjorren. Vervolgens gewoon wegfietsen. Zo is het een leuk tafereeltje. Wat had een nummer vragen aan extra's opgeleverd. Een gesprek vol stiltes? Conclusie dat sneeuwschoenenmeisje graag naar strandtenten gaat met DJ's waar hij zich niet op zijn gemak voelt? Misschien had het met spijkerbroekenmeisje wel waanzinnig geklikt. Was ze wel vaker onhandig en hij wellicht ook wat stuntelig, maar wel behulpzaam en had dat potje perfect op het dekseltje gepast, maar dan andersom. Of niet. De onbereisde wegen zijn precies dat. Stoffig, verlaten en onbewonderd. Ongeschreven verhalen. “Van wat voor muziek hou je?”, “Heb je broers of zussen?”…wat zal ik nu nog eens vragen? Euhm, nu iets luchtigs, iets origineels: “Heb je wel eens twee verschillende sokken aan?” of “Sta je ook zo vaak in de verkeerde rij bij de kassa?”. Het aftasten van een mogelijke relatie. Waar is de toevallige situatie van de ontmoeting in het voorbijgaan. Het universum dat twee mensen naar elkaar toe duwt. Het verhaal voor de kleinkinderen. Is de spontane ontmoeting beter dan de date met voorbedachten rade? De internetdate kan ook verhalen voor de kleinkinderen opleveren. Daar heb ik er alvast een paar klaarliggen. Na hoeveel tijd maakt het nog uit hoe je elkaar hebt leren kennen? Ebt het belang daarvan uiteindelijk niet weg? Is het misschien wel veel beter om eerst alle zakelijke factoren op een rij te hebben, dan alle onzekerheden van een toevallige ontmoeting? Brengt het universum je bij elkaar of kun je beter daar zelf een handje bij helpen? Zoek niet en dan vind je het vanzelf. Of niet natuurlijk. Dat risico is er altijd. Jij was de ware voor mij, helaas liep je me net iets te snel voorbij. |